U bevindt zich hier: Kleppraatjes

Zondagmorgen, 11 October, dreigende luchten en weersvoorspellingen waar je als motorrijder niet echt blij van wordt, maar allee we gaan op pad. Op de kalender staat de Dintel en Mark route.
Even wat geografische achtergrond: Het riviertje de Mark ontspringt ergens tussen Merksplas en Turnhout en kronkelt door Belgie, het Brabantse land, de singels van Breda, langs Terheijden en Zevenberg om bij Standdaardbuiten over te gaan in de Dintel. Eigenlijk is het meer de Mark route. Om deze stroom heen had Theo de route gewoven.

Om 10 uur vertrok een zevental motorrijders, Theo voorop Mariëtte aan het einde en daar tussen Lex, Hendrik, Dick, Lies en Bram.

Het begin van de route mag dan wel bekend terrein zijn voor de meesten van ons, maar toch zaten er hier en daar weer wat nieuwe stukken tussen. Tussendoor natuurlijk tijd voor een kopje koffie (helaas geen appelgebak). Via Breda (langs de singels) zakten we af richting Belgie, plaatsen als Meersel, Meer, Hoogstraten, Wortel richting Merksplas en Turnhout. Het was al na twaalven toen we het niet meer droog hielden. Na wat gehannes in Turnhout (door het eenrichtingsverkeer bijna de hele binnenstad gezien) uiteindelijk op de grote markt geland voor de lunch. Theo waren we inmiddels kwijtgeraakt, maar niet voor lang, want terwijl wij naar het restaurant wilden lopen kwam hij al aangereden.

Na de lunch, het was droog, maar daar was ook alles mee gezegd weer opgestegen en nog wat gekronkeld rond de Mark, die daar niet veel meer was dan een vol gelopen greppel, maar allee, kleintjes worden uiteindelijk toch groot. Via Hoogstraten, Loenhout, Zundert, Rucphen naar Zegge voor een laatste stop.

Daarna het laatste stuk, langs Oud Gastel, Kruisland door Steenbergen en over de Philipsdam terug naar ons eiland.
Afgezien van een klein uurtje regen rond Turnhout, hebben we het de rest van de dag droog gehouden.

Het was een leuke motorroute, die als je nu niet mee geweest bent, beslist eens moet rijden, maar dan in de zomer.
Theo en Mariëtte, bedankt.

Hendrik Hagen