Verslag Motorweekend Vlaamse Bergen 19-20 september 2009
Op de jaarvergadering afgelopen winter, waren we door onze onvolprezen voorzitter, Theo du Pree, al nieuwsgierig gemaakt naar dit motorweekeinde in de Vlaamse Bergen. Drie weken voor de reis het verzoek van de tourcommissaris Mariëtte de Leur om de pecunia’s over te maken. En een week daarna kregen we een voorbeschouwing van Theo met de definitieve route in een Mapsource bestand. Theo had de route nog even voorgereden samen met echtgenote, dan wel in een voertuig op vier wielen. Het heeft zijn resultaten afgeworpen.
Zaterdagmorgen, 19 september 2009, verzamelden de zeven motoren zich voor een kopje koffie in het restaurant op de Grevelingendam. We vroegen ons af of de economische crisis ook bij de leden van Motorclub de Uitlaatklep heeft toegeslagen, want de deelname leek wat mager. Maar een kleinere groep dan we gewend zijn, heeft ook zijn voordelen: je kunt elkaar makkelijker in de spiegel in de gaten houden en de koffiestop zijn ook wat makkelijker te organiseren. Dus stegen we om 9:00 h stipt op onze 3 BMW’s (Mariëtte, Bram & George), 2 Harley’s (Hendrik & Adrie), een Honda (Theo) en een Yamaha (Wilma) richting de Zeelandbrug. Via de langste tunnel van Nederland, de 6.6 km lange Westerscheldetunnel, waren we binnen een uurtje in Vlaanderen. Dat merkte we niet alleen aan de nummerborden op de geparkeerde auto’s, maar ook aan de levendige ruimtelijke ordening, zonder duidelijke rooilijnen. De vele bedrijfjes aan huis in de meest uiteenlopende zaken vormden een continue afleiding.
Natuurlijk even gestopt voor een kopje koffie,tegelijk genietend van het fantastische goede weer. Verder door het weidse en inmiddels meer gevarieerde landschap van West Vlaanderen. Even gestopt bij een Duitse militair oorlogskerkhof bij Vladslo. Een ingetogen aangelegd grasveld gelardeerd met bomen van een half voetbalveld groot. Kleine gedenkstenen van 40 bij 40 cm met ieder zo’n 20 namen en data erop. Ook veel naamloze gesneuvelden. Een globale telling levert ca. 30.000 gesneuvelden. Het blijken er zo’n 25.644 te zijn. Hier en daar een bosje bloemen op een gedenksteen – zo’n 90 jaar na de delving van de graven.
Door naar het schilderachtige Diksmuide met de indrukwekkende IJzertoren, symbool van de Vlaamse identiteit. Even ten noorden van Diksmuide stoppen we bij het museum van de Dodengang met de loopgraven aan de rivier de IJzer. Hier hebben de Belgische en Britse troepen steeds stand kunnen houden in de Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog genoemd wordt. De loopgraven zijn zo goed mogelijk geconserveerd. De zandzakken zijn inmiddels vervangen door zandzakken van beton. Er is geen rechtdoorgaande gang langer dan zo’n 10 tot 20 meter – dan is er steevast een bocht of haakse hoek om de fatale gevolgen van een vijandelijke infiltratie in de loopgraven te beperken.
Na de dodengang arriveren we tegen half vier bij het hotel Ambrosia in Ieper. We betrekken onze kamers, maar niet na de motoren strategisch naast elkaar voor het hotel geparkeerd te hebben. Voor een parkeerbonnetje wordt zeer attent door de reisleiding gezorgd, zoals alles goed geregeld is bij deze tocht. Complimenten hiervoor aan Mariëtte en Theo.
Nadat iedereen is omgekleed en opgefrist lopen we de 100 meter naar de prachtige markt van Ieper met de indrukwekkende Lakenhal. In deze lakenhal is een groot museum gevestigd over de Grote Oorlog, waar we nog net genoeg tijd voor hebben om er doorheen te struinen. Ieper blijkt een stad te zijn geweest die langs 3 kanten omringd is geweest door de Duitsers. Ieper is daarom totaal verwoest geweest. De foto’s van Ieper vlak na de Grote Oorlog van 1914-1918 lijken op die van Nagasaki in 1945: praktisch geen huis overeind, ook zonder atoombom. Na de Grote Oorlog is de stad Ieper door de bewoners helemaal volgens de oude stijl weer opgebouwd. Vreemd om te bedenken dat je in een bijna Middeleeuwse stad loopt, waarvan praktisch geen gebouw ouder is dan 90 jaar. Maar de trapgevels en façades zijn er niet minder karakteristiek om.
Nadat het museum dichtgegaan is eindelijk - voor mij althans - dat heerlijk wit biertje in het zonnetje op een terras aan de markt. Er is nog tijd tot de dagelijkse (!) plechtigheid – de last post - bij de gedachtenisboog midden in de stad. Een aantal van ons maakt een rondwandeling, waarbij we op de St George’s Memorial Church stuiten voor gevallen soldaten van Groot Britannie en het Gemenebest. De wanden hangen vol met grote en kleine plaquettes van de “Officers and Men” van diverse regimenten. De officieren dus vaak apart vermeld en de soldaten staan meestal op het tweede plan. Teken van de aristocratische samenleving die de Britse maatschappij toen zeker was. Maar desalniettemin indrukwekkend om te bedenken dat de Grote Oorlog zo’n 17 miljoen gesneuvelden kende. En dat soldaten uit alle windstreken hebben gevochten in het glooiende landschap van Vlaanderen met de klaprozen – popy in het Engels - die het symbool is geworden van de Britse herdenkingen aan de gevallen uit de Eerste en Tweede wereldoorlog.
Rond 8 uur scharen we ons bij een grote menigte om het blazen van de last post te horen bij de zogeheten Menenpoort. Deze herinneringsboog is gebouwd ter nagedachtenis van de 54.900 gesneuvelde Britse soldaten, waarvan het lichamelijk overschot nooit is teruggevonden en wiens namen gebeiteld staan in de wanden. Een deel van hen ligt begraven op de talloze militaire begraafplaatsen in Vlaanderen en Noord Frankrijk met de aanduiding “Only known to God”. Een groep van ca. 50 jonge Britse soldaten geeft acte de presence tijdens de ceremonie. We zullen ze de volgende morgen weer tegenkomen bij de grote Britse begraafplaats Tyne Cot.
Na de last post gaan we naar het restaurant Vivaldi op de Ieperse markt, waar de meesten zich te goed doen aan Zeeuwse mosselen, ondanks de vertraging in het uitdiepen van de Westerschelde. Na diverse ontboezemingen tijdens het gezellige diner, gaan we naar het hotel terug op een heerlijke zomerse avond met fantastisch weer.
De volgende morgen na het copieuze ontbijt met spek en ei, stijgen we op onze metalen rossen. We doen de grote begraafplaats van het Gemenebest aan, het Tyne cot Cementary even ten zuiden van het dorp Passendale, bekend van de kaas. Er zijn zo’n 12.000 graven veelal van soldaten uit Australië, Nieuw Zeeland. Nog eens zo’n 35000 namen van soldaten zijn gebeiteld in de wanden die het kerkhof omringen; soldaten wiens stoffelijk overschot nooit is teruggevonden.
Na deze laatste herinnering aan de Grote Oorlog rijden we tussen de talloze kleine en grotere oorlogskerkhoven, richting de Vlaamse Bergen. Na een heuse klim en dito afdaling, laten we de Vlaamse bergen achter ons en rijden richting de Belgische kust. Maar niet nadat we nog een kopje koffie drinken op het markplein van Veurne (?) als ik het wel heb.
Verder langs de Belgische kust, verstopt onder de vele appartementsgebouwen, stoppen we nog in Middelkerke, even voor Oostende, voor de lunch. Iedereen begint de stal inmiddels te ruiken en met gezwinde snelheid rijden we weer via de Westerscheldetunnel en Goes naar de Grevelingendam. Nog even iedereen de hand geschud met een welgemeend dank-je-wel voor de 2 organisatoren van dit heerlijke weekeinde, Theo en Mariëtte. We hadden fantastisch weer, meestal een niet te warm zonnetje en een spatje, die nauwelijks de naam van neerslag mocht hebben. Geen mechanische problemen en gelukkig geen ongelukken. En we hebben van nabij kennis gemaakt met een stukje recente geschiedenis, waarvan de verschrikkingen nog steeds nadreunen. Bedankt Marriëtte, Wilma, Adrie, Bram en Theo voor de gezelligheid en de vlekkeloze organisatie.
George Grootens, BMW R1150R, Dirksland
U bevindt zich hier:
Kleppraatjes

